Rapporteren over waar het écht om gaat

PwC heeft voor haar verslag over het boekjaar 2012-2013 het principe van materialiteit toegepast, zoals voorgeschreven in de richtlijnen voor integrated reporting en duurzaamheidsverslaglegging.

tagcloud-G4

Dat betekent dat het verslag zich meer dan voorheen concentreert op de zaken die echt relevant zijn voor de organisatie.

PwC heeft gebruik gemaakt van de vierde versie van de Global Reporting Initiative (GRI)-richtlijnen, de internationale richtlijnen voor duurzaamheidsverslaglegging. Deze nieuwe versie – G4 genoemd – werd eind mei gelanceerd door GRI en PwC is de eerste organisatie die het concept toepast op het meest uitgebreide niveau én succesvol heeft laten verifiëren door een externe accountant. PwC’ers Anouk Wentink en Astrid van der Werf waren intensief bij het proces betrokken en blikken terug. ‘Doordat we alleen hebben gerapporteerd over zaken die voor onze onderneming en onze stakeholders echt van belang zijn, is ons verslag veel relevanter en korter geworden.’

De beperking van de omvang van het rapport was geen doel op zich, aldus beide PwC’ers. ‘Waar het ons om gaat is dat we een toegankelijk en bruikbaar jaarbericht maken, dat gaat over de onderwerpen die volgens onze stakeholders – denk aan medewerkers, klanten en de overheid – niet mogen ontbreken. G4 is een heel goed instrument om op deze manier te rapporteren.’

Materialiteit als uitgangspunt 

GRI gaat uit van een veertigtal economische, sociale en milieuonderwerpen waarover organisaties kunnen rapporteren. Anders dan eerdere versies van de richtlijn maken bedrijven en organisaties daar een selectie uit, zodat ze niet meer de hele lijst proberen te ‘dekken. Ze rapporteren alleen over de onderwerpen die belangrijk zijn voor hen zelf en voor hun belanghebbenden.

PwC heeft een analyse – een zogenoemde materialiteitsanalyse – gemaakt waaruit die meest relevante (materiële) onderwerpen naar voren kwamen. Die vormen vervolgens de basis van de rapportage; minder belangrijke onderwerpen zijn in de bijlagen beland of maken helemaal geen deel meer uit van het jaarbericht. Wentink: ‘G4 sluit wat dat betreft perfect aan op integrated reporting, dat beknoptheid en materialiteit als belangrijke principes heeft’.

GRI met PwC-sausje

In het kader van de materialiteitsanalyse stuurden Wentink en Van der Werf binnen de PwC-organisatie vragenlijsten, gebaseerd op de GRI-onderwerpen, uit waarin de respondenten werden gevraagd aan te geven hoe belangrijk zij bepaalde onderwerpen voor hen, voor hun klanten of andere stakeholders vinden.

‘Aan de 46 GRI-onderwerpen hebben wij nog een aantal toegevoegd, omdat we vonden dat er nog een PwC-sausje over heen moest’, vertelt Wentink. ‘Dit omdat wij naar aanleiding van eerdere stakeholderdialogen – onder andere voor het jaarverslag van vorig jaar – wisten dat niet-financiële onderwerpen als kwaliteit en onafhankelijkheid ook belangrijk zijn voor onze stakeholders, terwijl die niet in de GRI-richtlijnen worden genoemd.’

Van der Werf: ‘We hebben de uitkomsten van de vragenlijsten gevalideerd met informatie uit onze interne en externe stakeholderdialogen, maar ook met gegevens uit onze Client Feedback (klantbeoordelingen, red.) en People Survey (jaarlijks tevredenheidsonderzoek onder werknemers, red.). We hebben een mediascan gedaan en een sectoranalyse als verdere toetsing. Welke niet-financiële elementen benoemen andere kantoren in onze branche als materieel in hun jaarverslagen? Komen onze uitkomsten overeen met wat er in de media over ons verschijnt? Naar aanleiding daarvan hebben we ‘belastingdruk bij multinationals’ toegevoegd als materieel onderwerp.’

Materialiteitsanalyse is een bodyscan van de organisatie

De twee PwC’ers waren niet verrast door de uitkomsten van de materialiteitsanalyse. Zaken als transparantie, training en opleiding en kwaliteit waren altijd al onderdelen van de PwC-strategie en daar werd dus al over gerapporteerd. ‘Ik zie de materialiteitsanalyse als een soort bodyscan’, stelt Wentink. ‘Op welke onderwerpen zouden we ons als PwC moeten richten en doen we dat inderdaad ook? Bij de meeste organisaties, zo leert onze ervaring, komt er dan uit dat ze voor negentig procent op de goede weg zitten, maar er komen ook een paar nieuwe aandachtspunten aan de oppervlakte.’

Het meten van maatschappelijke impact staat hoog op de wensenlijst

Volgens Van der Werf is PwC nog niet klaar met de vorm en de inhoud van haar jaarverslag. ‘Ook voor volgend jaar zijn er wensenlijstjes. Integrated reporting is nog nieuw en is daardoor sowieso een groeipad. Volgend jaar willen we in elk geval onze externe stakeholders direct en in een interactieve dialoog betrekken bij de materialiteitsanalyse.’

Wentink vult aan: ‘De indicatoren die in GRI worden benoemd, richten zich alleen op wat een organisatie doet en nauwelijks op de impact die dat maakt in de maatschappij. We leveren natuurlijk diensten aan klanten, maar onze maatschappelijke impact is dat we als accountant vertrouwen toevoegen aan financiële en niet-financiële informatie, zodat deze bruikbaar wordt voor derden. Dit is impact die we kunnen beschrijven, maar die we nu nog niet kunnen kwantificeren. En daar willen we wel naar toe.’

Wentink heeft ook een wens voor de langere termijn. ‘We moeten wereldwijd veel meer toe naar een gemeenschappelijke, sectorspecifieke taal voor niet-financiële informatie. De richtlijnen voor integrated reporting en duurzaamheidsverslaglegging zijn nog niet zo ver. Het zou mooi zijn als we tot standaard materialiteitsthema’s en onderliggende indicatoren kunnen komen die relevant zijn voor een bepaalde sector, bijvoorbeeld de financiële dienstverleners of zelfs nog specifieker accountants. Dan pas kunnen onze stakeholders de Big-4 goed met elkaar vergelijken.’

Terug naar waar het echt om gaat 

Volgens Wentink en Van der Werf is het hoe dan ook een kwestie van tijd voordat meer organisaties G4 gaan toepassen. ‘Daar komen best practices uit, die we ook weer zullen delen en zelf gaan gebruiken. Zo leren we van elkaar. Wij hebben als accountants een maatschappelijke rol om organisaties te helpen de belangrijkste niet-financiële risico’s en indicatoren te bepalen en te rapporteren. Dat is ook de beweging die we met integrated reporting nu maken, terug naar waar het écht om gaat.’

Publicaties