Opinie: Verbranden plastic kosteneffectiever dan recyclen

Een speerpunt van het Nederlandse afvalbeleid is de recycling van plastic. In 2015 moet 45% van de kunststofverpakkingen worden gerecycled en dit loopt op tot 51% in 2021. Uit een analyse in het vakblad Economisch Statistische Berichten van 9 april blijkt dat op dit moment het recyclen van plastic vanuit CO2-perspectief niet kosteneffectief is. PwC’ers Rick van Koppen en Paul Nillesen geven vandaag in het FD samen met Raymond Gradus (hoogleraar aan de VU Amsterda) en Elbert Dijkgraaf (bijzonder hoogleraar aan de EUR) hun visie op op de recycling van plastic. Volgens hen is het verbranden van plastic economisch gezien aantrekkelijker. Lees hieronder het volledige artikel:

Het recyclen van plastic leidt weliswaar tot minder CO2-uitstoot maar daar staat tegenover dat het ophalen en verwerken van huishoudelijk plasticafval forse kosten met zich meebrengt. Bovendien verloopt het verbrandingsproces in Nederland zeer efficiënt en is de rookgasreiniging zodanig ontworpen dat NOx en SO2 worden afgevangen tot ver onder de Europese normen. Berekend is dat de besparing van 1 ton CO2 middels kunststofrecycling de samenleving € 172 kost. Als we ons realiseren dat de huidige marktprijzen voor CO2 in het Europese emissiehandelssysteem (ETS) tussen € 5 en € 10 per ton liggen, zijn we dus heel veel geld kwijt als we ervoor kiezen om onze CO2-uitstoot op deze manier te reduceren. De berekende € 172 per ton ligt ook aanzienlijk hoger dan de gemiddelde externe kosten die de literatuur schat voor CO2 — iets minder dan € 50 per ton in 2030. Ter vergelijking, een van de duurdere opties om CO2 te reduceren is het afvangen en ondergronds opslaan van CO2 bij kolencentrales (CCS). Deze technologie is pas rendabel als de CO2-prijs boven € 80 ligt. Dit werd destijds afgewezen vanwege de hoge kosten.

Kunststofrecycling
Een gevoeligheidsanalyse geeft bovendien aan dat de conclusie dat kunststofrecycling niet kosteneffectief is blijft staan in bijna alle scenario’s. Alleen als we uitgaan van de lagere vergoeding uit het Afvalfonds in 2019 — dat namens de verpakkende industrie gemeenten vergoedt voor het recyclen van plastic — resulteert een kosteneffectiviteit die beter is dan de CCS-optie. Maar ook dan zijn de kosten nog altijd hoger dan de externe kosten uit de literatuur. Het grootste deel van de kosten wordt veroorzaakt door het inzamelen van kunststof bij huishoudens. Dit zijn doorgaans kleine volumes met laag gewicht per inzamelpunt waardoor de logistieke kosten per ton per km hoog uitvallen. De opbrengsten van het gerecycled plastic liggen op de helft van nieuw plastic door de lagere kwaliteit en beperktere afzetmogelijkheden.

Prijsprikkels
Nationaal beleid zal gericht moeten zijn op het verhogen van de opbrengst van gerecycled plastic door het gebruik ervan aan te moedigen en innovatie en kostenreducties in de verwerkingstechnologie te stimuleren. Tegelijkertijd hebben gemeenten de mogelijkheid de inzamelingskosten te verlagen door bijvoorbeeld prijsprikkels in te bouwen voor restafval via het invoeren van diftar (naar gewicht of volume gedifferentieerde heffingen) waardoor beter scheiden gestimuleerd wordt. Of door vormen van omgekeerd inzamelen te introduceren, waarbij grondstoffen zoals kunststoffen huis aan huis worden ingezameld, maar restafval naar containers moet worden gebracht zodat kunststof scheiden fysiek aantrekkelijker wordt. Gelet op het lage gewicht van plastic en de kleine huishoudelijke volumes is het de vraag of deze besparingen nog substantiëler zullen zijn als verondersteld in het kader van het Afvalfonds.

De kosteneffectiviteit van plastic recycling is zeer laag vergeleken met het terugwinnen van energie uit plastic in afvalenergiecentrales. Concurrentie tussen verschillende routes om kunststof te hergebruiken — dan wel in nieuw kunststof dan wel via energieterugwinning — zonder een bepaalde route verder af te dwingen verdient de voorkeur, omdat dat een bijdrage kan leveren aan innovatie en reductie van kosten.

Publicaties