Btw op kosten in verband met verkoop minderheids-deelneming aftrekbaar?

Als kosten met betrekking tot de verkoop van een deelneming (tevens) zijn toe te rekenen aan het uittreden uit de management board van de deelneming en het beëindigen van belaste activiteiten aan deze deelneming, is de btw op deze kosten mogelijk (deels) aftrekbaar.

De verkoop van een minderheidsdeelneming kwalificeert niet als een onbelaste ‘overgang van een algemeenheid van goederen en diensten’ voor de btw. Dat heeft de Hoge Raad vandaag (28 maart 2014) geoordeeld. In casu ging het om de verkoop van 30% van de aandelen in een vennootschap. De Hoge Raad meent dat dat een vrijgestelde activiteit is. Voor zover kosten zijn toe te rekenen aan deze vrijgestelde aandelenverkoop, is de btw op deze kosten (in beginsel) dan ook niet aftrekbaar.

De Hoge Raad verwijst de zaak naar Gerechtshof Amsterdam – dat moet onderzoeken of de kosten inderdaad zijn toe te rekenen aan de verkoop van de aandelen, of wellicht (tevens) aan de met de overdracht samenhangende terugtreding van de aandeelhouder uit de management board van de verkochte deelneming en de beëindiging van managementwerkzaamheden voor deze deelneming. De Hoge Raad zegt daarover:

Bij het onderzoek naar het antwoord op de vraag of de [btw] in aftrek kan worden gebracht, dient het verwijzingshof rekening te houden met alle omstandigheden waaronder de betrokken diensten van en aan belanghebbende hebben plaatsgevonden. Daarbij komt met name betekenis toe aan de inhoud van de aan de adviseurs verstrekte opdrachten en de door hen opgestelde stukken, aangezien aan te nemen valt dat aan de hand van deze informatie kan worden vastgesteld waarvoor de diensten zijn gebezigd.”

Voor de praktijk betekent dit dat het, uiteraard afhankelijk van de feitelijke omstandigheden, in voorkomende gevallen mogelijk zou moeten zijn om btw op kosten die in verband met de verkoop van een deelneming zijn of worden gemaakt, (deels) in aftrek te brengen.

Bron: LINK

Dit arrest is door de Hoge Raad gewezen na antwoorden van het Europese Hof van Justitie die de Hoge Raad in deze zaak had gesteld (HvJ 30 mei 2013, X B.V., Zaak C-651/11)

Publicaties