Wetsvoorstel fuserende bedrijfstakpensioenfondsen met afgescheiden vermogens bij Tweede Kamer ingediend

Het wordt straks (wellicht in de loop van 2018) onder uitgebreide (rand)voorwaarden en waarborgen mogelijk dat kleine en middelgrote verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen (bpf-en) kunnen fuseren, óók als er nog een verschil in dekkingsgraad is omdat zij tijdelijk afgescheiden vermogens mogen aanhouden. Het wetsvoorstel hiertoe is op 9 oktober j.l. bij de Tweede Kamer ingediend.

Noodzaak tot schaalvergroting
Een belangrijk voordeel voor de fuserende bpf-en ligt in het omlaag brengen van hun uitvoeringskosten (zoals administratiekosten en beleggingskosten) waardoor ze schaalvoordelen kunnen behalen. De laatste twintig jaar is tussen de pensioenfondsen een sterke consolidatie gaande. Schaalvergroting was om diverse redenen gewenst, niet alleen vanwege een vergrijzend en ontgroenend deelnemersbestand, maar ook door een afname van het aantal werkgevers in diverse bedrijfstakken. Om schaalvergroting voor verplichtgestelde bpf-en te kunnen realiseren, moesten nog diverse hobbels worden genomen. Dat bleek onder meer al uit de randvoorwaarden die staatssecretaris Klijnsma van SZW op 22 december 2016 aan de Tweede Kamer had laten weten.

Hoofdlijnen van de wettelijke regeling

  • De fuserende bpf-en krijgen bij uiteenlopende dekkingsgraden de mogelijkheid om tijdelijk – maximaal vijf jaar – afgescheiden vermogens aan te houden om het verschil in dekkingsgraden te kunnen overbruggen. Dat kan onder meer via het premiebeleid of een indexatiepot. Met deze mogelijkheid kan een drempel voor fusie worden weggenomen.
  • Volgens het wetsvoorstel kunnen maximaal vijf verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen onder uitgebreide (rand)voorwaarden fuseren als tussen deze bpf-en een duidelijke samenhang bestaat. Het wetsvoorstel geeft voor dit laatste overigens geen heldere criteria maar enkele richtlijnen.
  • De fusiemogelijkheid geldt echter alleen voor kleine en middelgrote bpf-en die ieder niet meer dan € 25 mld aan beheerd vermogen mogen hebben.
  • De periode van vijf jaar kan eenmalig met maximaal één jaar verlengd worden om de bpf-en op een verantwoorde wijze tot een financieel geheel te laten komen.
  • De periode van vijf jaar kan eenmalig met maximaal twee jaar verlengd worden als dit nodig is om het verplichtgestelde bpf weer te splitsen.

Randvoorwaarden

  1. Er moet voorafgaand aan de fusie een fusieplan aan DNB worden voorgelegd ter goedkeuring. Hierbij dient aandacht te worden besteed aan een aantal specifieke elementen t.a.v. de financiële en bedrijfsmatige opzet van het nieuwe fonds, zoals de motivatie voor de fusie en de evenwichtige belangenafweging, de haalbaarheid van het fusieplan en de beheerste en integere bedrijfsvoering (incl. risicoanalyse en programma van werkzaamheden). Dit lijkt op de vergunningseisen die voor een algemeen pensioenfonds gelden.
  2. Zolang er sprake is van afgescheiden vermogens is vrijwillige aansluiting bij de betrokken bedrijfstakpensioenfondsen maar beperkt mogelijk.
  3. Er moet sprake zijn van een fusievermogen, een goederenrechtelijke scheiding van vermogens en een rangregeling. Deze eisen zijn hetzelfde als voor een algemeen pensioenfonds.

Wat betekent dit voor u?
Met de uitgebreide randvoorwaarden zitten er wel veel haken en ogen aan het voorstel. Dit brengt onzekerheid met zich mee. Het voldoen aan alle voorwaarden zal veel tijd en geld kosten of betekenen dat de oplossing niet beschikbaar of toepasbaar is. Daarnaast zal de tijdelijkheid van de oplossing veel druk en onzekerheid met zich meenemen. De gevolgen van een situatie waarin het een fonds niet lukt binnen de gestelde termijn de afgescheiden vermogens samen te brengen, dienen goed in kaart gebracht te worden.

Contact
Indien u nog vragen heeft over de aangekondigde fusiemogelijkheden voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen, neem dan contact op met uw PwC adviseur of met Wim Koeleman (tel. +31 (0)88 792 63 40) of met Jan Meijer (tel. +31 (0)88 792 76 54).

Bron: Tweede Kamer, 9-10-2017, Wetsvoorstel 34801 nrs. 1-4.

Publicaties