Verzamelwet pensioenen 2017 beoogt meer duidelijkheid

Afgelopen dinsdag is de Verzamelwet pensioenen 2017 gepubliceerd. De Verzamelwet pensioenen beoogt een verbetering van de pensioenwetgeving. De verbeteringen moeten leiden tot meer duidelijkheid voor deelnemers en pensioenuitvoerders. Hieronder geven wij een overzicht van de belangrijkste voorgestelde wijzigingen voor pensioenuitvoerders.

Verplicht permanente raad van toezicht voor bepaalde ondernemingspensioenfondsen
Ondernemingspensioenfondsen met een paritair of een onafhankelijk bestuur kunnen volgens de huidige wetgeving kiezen voor een permanente interne raad van toezicht of een jaarlijkse externe visitatiecommissie. Voorgesteld is dat ondernemingspensioenfondsen met een belegd vermogen van meer dan 1 miljard euro een permanente interne raad van een toezicht moeten hebben. Het is niet meer mogelijk te kiezen voor een jaarlijkse externe visitatiecommissie, tenzij het fonds volledig is verzekerd. Voor kleinere ondernemingspensioenfondsen geldt deze verplichting niet, om administratieve lasten te voorkomen.

Algemeen pensioenfonds
Voor een algemeen pensioenfonds wordt het mogelijk altijd met een uitvoeringsreglement te werken voor de uitvoering van een beëindigde regeling van een gesloten fonds. Nu is dit alleen mogelijk als de onderneming van de werkgever niet meer bestaat.

Daarnaast is voorgesteld dat het verantwoordingsorgaan van de collectiviteitskring bij een algemeen pensioenfonds, een adviesrecht krijgt ten aanzien van de wijziging van het uitvoeringsreglement van een algemeen pensioenfonds. In de huidige wet heeft alleen het belanghebbendenorgaan deze bevoegdheid.

Extra herstelmaatregelmaatregel na vijf jaar
Volgens de huidige wetgeving moet een pensioenfonds een extra herstelmaatregel nemen als de beleidsdekkingsgraad gedurende vijf opeenvolgende jaren onder het minimaal vereist vermogen ligt. Onduidelijkheid bestaat over het moment waarop deze maatregel moet worden ingezet. Volgens het wetsvoorstel moet de extra herstelmaatregel worden ingezet als de beleidsdekkingsgraad vanaf, en met inbegrip van, het startpunt (het einde van het kalenderkwartaal waarop de beleidsdekkingsgraad voor het eerst onder het minimaal vereist vermogen ligt), zes maal jaarlijks opeenvolgend onder het minimaal vereist eigen vermogen ligt.

Variabele pensioenuitkeringen
Ten aanzien van variabele pensioenuitkeringen veranderen er een aantal zaken voor pensioenuitvoerders. Verzekeraars krijgen op grond van het wetsvoorstel de bevoegdheid tot waardeoverdracht op verzoek van pensioengerechtigden die van 1 januari 2014 tot 8 juli 2015 een levenslang pensioen hebben ingekocht, en die toch gebruik wil maken van een variabele pensioenuitkering, die echter niet wordt aangeboden door de huidige verzekeraar. Fiscaal is dit inmiddels ook geregeld. Wij verwijzen naar ons eerdere bericht hierover.

Daarnaast is het mogelijk de maximale spreidingsperiode voor financiële mee- en tegenvallers te verlengen van vijf naar tien jaar. Deze verlenging biedt pensioenuitvoerders meer ruimte om tegenvallende technische resultaten in de tijd te spreiden. Het betreft hier een keuze van de pensioenuitvoerder die dient aan te sluiten op de pensioenregeling en op de risicobereidheid van deelnemers en gepensioneerden. Tot slot wordt verduidelijkt dat ook een vaste stijging mogelijk is bij een variabele pensioenuitkering.

Pensioencommunicatie
Het wetsvoorstel zorgt voor een vereenvoudiging in de communicatie tussen pensioenuitvoerder en betrokkenen. Op dit moment moet een pensioenuitvoerder de deelnemer vooraf schriftelijk informeren als hij voornemens is om informatie elektronisch te verstrekken. De Verzamelwet stelt voor om de pensioenuitvoerder de mogelijkheid te geven het voornemen tot elektronische informatieverstrekking ook elektronisch aan de betrokkene te laten weten. Voor de elektronische informatieverstrekking moet de betrokkene wel expliciet instemming verlenen, anders moet de pensioenuitvoerder dit alsnog schriftelijk doen.

De websiteverplichting die de pensioenuitvoerder heeft sinds 1 juli 2016 in het kader van de Pensioen 1-2-3, geldt niet meer voor informatie van vóór 1 juli 2016. Uit de praktijk blijkt dat dit tot extra administratieve lasten voor de pensioenuitvoerder leidt, omdat er voor de verschillende groepen (deelnemer, partners, gepensioneerden e.d.) formats moeten worden ontwikkeld.

De huidige wet bepaalt dat toeslagverlening alleen voorwaardelijk is als in bepaalde documenten de zogenaamde voorwaardelijkheidsverklaring is opgenomen. Deze bepaling verplicht de pensioenuitvoerder om eigenlijk in alle informatieverstrekking richting betrokkenen deze voorwaardelijkheidsverklaring op te nemen. Voorgesteld wordt dat alleen in overige, persoonlijke, informatieverstrekking over toeslagverlening aan de betrokkene, de voorwaardelijkheidsverklaring moet worden opgenomen.

Bevoegdheden verantwoordingsorgaan beroepspensioenfonds
De bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan bij een beroepspensioenfonds worden uitgebreid. Het verantwoordingsorgaan krijgt er een aantal adviesrechten erbij, over o.a. liquidatie en fusie van het fonds en over het sluiten of beëindigen van de uitvoeringsovereenkomst. Daarnaast krijgt het verantwoordingsorgaan het beroepsrecht dat onder meer kan worden ingesteld als een bepaald besluit van het bestuur niet in lijn is met het advies van het verantwoordingsorgaan. Hiermee worden de bevoegdheden in lijn gebracht met die bij overige pensioenfondsen.

Inwerkingtreding
De beoogde inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is 1 juli 2017. Voordat het zo ver is moeten echter eerst de Tweede Kamer en Eerste Kamer nog instemmen met het wetsvoorstel.

Contact
Indien u meer wilt weten over de gevolgen en de goedkeuringen van de besluiten neem dan contact op met uw PwC-adviseur of met Wim Koeleman (tel. +31 (0)88 792 63 40).

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 7 februari 2017, Wetsvoorstel ‘Verzamelwet pensioenen 2017’

 

Publicaties