Opinie: Scenariodenken nodig om ons voor te bereiden op een nieuw pensioenstelsel

Het pensioenlandschap verandert en niemand die precies weet in welke pensioenwereld we  terechtkomen. De toekomst van onze oudedagvoorziening wordt bepaald door meerdere niet of nauwelijks te beïnvloeden grootheden, die elkaar versterken of afzwakken en het speelveld van beslissers en beleidmakers een drastisch ander aanzien geven.

 door Wim Koeleman en Jan-Willem Velthuijsen

Als de economie bloeit en de rente hoog is, ziet de pensioenwereld er heel anders uit dan wanneer de groei stagneert en het vertrouwen en de rente laag zijn. Ook het sociale klimaat is een factor: willen we ons inkomen voor de oude dag collectief en solidair regelen, of kiezen we voor individuele vrijheid en meer persoonlijke verantwoordelijkheid?

Om op de juiste manier in te spelen op dit voortdurend veranderende krachtenveld is het denken in scenario’s nodig. In een analysemodel hebben we daarvoor sentimentsverschuivingen (van collectief naar individueel en omgekeerd) afgezet tegen economische groeiverwachtingen (van aanhoudend sterk naar seculiere stagnatie) en de hoogte van de rente.

Op grond hiervan zijn vier scenario’s uitgewerkt voor mogelijke pensioenwerelden tot 2025.

Scenario 1: opgelucht ademhalen

Na jaren van aanhoudende economische voorspoed is de rente hoger dan het groeicijfer en hebben de fondsen genoeg buffers opgebouwd om een periode van tegenwind te kunnen doorstaan. Door de oplopende rente valt de berekening van de verplichtingen aanzienlijk lager uit en hebben de dekkingsgraden zich hersteld. Daarmee zijn de bezwaren tegen het collectieve stelsel geleidelijk naar de achtergrond verdwenen. Het gevoel overheerst dat we ons de voordelen van pensioensolidariteit kunnen blijven veroorloven. Zaken als de intergenerationele risicodeling en de lange beleggingshorizon wegen zwaarder dan keuzevrijheid en het recht van zelfopbouw.

Scenario 2: deelnemer wordt klant

Een periode van matige groei maakt in Nederland plaats voor een ontwikkeling waarbij de inkomens, de prijzen en de rente stijgen en de werkloosheid op het laagste peil in jaren staat. De gunstige economische vooruitzichten en de gedaalde verplichtingen nemen de laatste zorgen over de risico’s van een individuele pensioenvoorziening weg. Mensen willen hun eigen pensioenspaarpot hebben die ze door eigen keuzes kunnen laten groeien naar een mooie bedrag voor een onbezorgde oude dag. Defined benefit regelingen met verplichte vormen van solidariteit worden beëindigd. De wetgever ruimt de laatste belemmeringen voor DC-regelingen op.

Scenario 3: eenvoud troef    

Het gaat economisch niet slecht, maar de groei is nog lang niet op het gewenste niveau en rente en inflatie stijgen nauwelijks. Door de aanhoudend lage rente zijn de verplichtingen zeer hoog en worden pensioenen niet geïndexeerd en mogelijk zelfs gekort. Defined benefit-regelingen worden daarom gewantrouwd en gezien als te duur, complex en te ver op afstand. Deelnemers (jong en oud) zijn onzeker over hun toekomst, en willen inzicht in de individuele spaarpot die voor hen zelf is gereserveerd. Door de lage rente blijft het duur om pensioen op te bouwen en zijn de reserves laag. Dit betekent dat er scherp op de kosten wordt gelet. Daarom kiest men voor eenvoud tegen lage kosten, vormgegeven in een individuele oudedagvoorziening met een collectief vangnet.

Scenario 4: collectiviteit weer in zwang

Na een aantal jaren van aantrekkende groei, zet de stijgende lijn niet door. Door de lage rente zijn de verplichtingen hoog, terwijl de aandelenmarkten zich meer zijwaarts dan opwaarts bewegen. Individuele DC-regelingen worden als risicovol en niet-optimaal gezien, ook door jongeren en ZZP-ers. Individuen worden niet in staat geacht zelf voor een goed pensioen te zorgen en daarom moet dit collectief worden geregeld. De rol van de onderheid neemt toe door de eerste pijler te verhogen.  De pensioensector consolideert naar enkele uitvoerders of slecht één nationaal pensioenfonds.

Invloed van technologie

Ongeacht welk toekomstscenario het wordt, pensioenorganisaties kunnen nu al besluiten tot beleidsaanpassingen en investeringen die zeker (toekomst)waarde zullen toevoegen.

Zo gaat de snelle ontwikkeling van de technologie door. Het staat voor ons vast dat de snelheid waarmee pensioenfondsen, uitvoeringsorganisaties en verzekeraars de nieuwe mogelijkheden van pension tech (kunnen) omarmen bepalend is voor hun marktpositie en concurrentievermogen straks. Dit is de sleutel tot persoonlijk maatwerk voor alle pensioendeelnemers enerzijds en drastische kostenverlaging anderzijds. Gevestigde partijen doen er dan ook goed aan om voor elk scenario de mogelijkheden van samenwerking met technologisch geavanceerde partijen met voorrang te onderzoeken. Voor beide partijen is nu het beste onderhandelingsmoment.

Vertrouwensherstel

Verder is er de noodzaak van vertrouwensherstel. In de communicatie naar politiek en achterban is de sector te veel blijven hangen in risicomijdend gedrag; de toon is verontschuldigend, men is zeer behoudend in het uitspreken van toekomstverwachtingen, en (te) passief in het solidariteitsdebat tussen jong en oud.  Externe verklaringen voor tegenvallende resultaten worden niet of nauwelijks aangehaald.

Deze houding moet plaatsmaken voor een attitude waarin het denken in kansen centraal staat en de welvaartswinst wordt benadrukt die ons pensioensysteem een ieder nu en in de toekomst biedt.

Bij het implementeren van zo’n business to consumer benadering kan de pensioensector leren van succesvolle databedrijven, want pensioenfondsen, verzekeraars en uitvoerders zijn in wezen niet anders. Partijen als Google en Instagram hebben goed begrepen hoe ze de klantervaring positief beïnvloeden door het makkelijker en leuker te maken, triggers te creëren en gewenst gedrag te stimuleren. Dat moet ook de klantbenadering van pensioenpartijen zijn.

Betere communicatie

Communicatie over pensioen kan veel directer, sneller en vooral persoonlijker dan voorheen, gebaseerd op de specifieke eigenschappen en situatie van de individuele pensioendeelnemer. Cijfers, voorkeuren, peilingen en groeiverwachtingen kunnen op een interactieve manier gecommuniceerd worden en deelnemers kunnen ook zelf data aanleveren. Denk pro-actief mee over de financiële toekomst per individu en leg de consequenties en mogelijkheden voor de komende jaren uit van de keuze-opties die men heeft – zonder dat daarom gevraagd is. De sleutel om geloofwaardig te zijn is dat altijd de juiste toon wordt aangeslagen en voor het best passende communicatiemiddel wordt gekozen.

Neem voor meer informatie contact op met pensioendeskundige Wim Koeleman of hoofdeconoom Jan-Willem Velthuijsen.

Publicaties