Sociale winst-en-verliesrekening: impact onder de streep

impact-verslaggeving

Steeds meer bedrijven beseffen dat zij het vertrouwen van de kapitaalmarkten, de overheid en het brede publiek kunnen versterken door beter inzicht te geven in hun maatschappelijke waarde en wat ze er aan doen om die te verhogen. Een aantal Nederlandse bedrijven is daarom gestart met het meten van hun maatschappelijke waardecreatie aan de hand van een ‘milieu- en sociale’ winst-en-verliesrekening. PwC heeft een aanpak, Total Impact Measurement and Management (TIMM), ontwikkeld die hen daarbij kan ondersteunen.

impact-verslaggeving

‘Een goede verantwoording vraagt om concreetheid en meetbaarheid in een taal die iedereen begrijpt, het liefst in euro’s’, stelt Linda Midgley, medeverantwoordelijk voor TIMM binnen PwC. ‘Met TIMM kunnen milieu- en sociale effecten in geld worden uitgedrukt en daardoor worden vergeleken met financiële effecten en zelfs worden opgenomen in de financiële verslaggeving. Dit is de ‘gemeenschappelijke taal’ waar niet alleen de belegger en andere kapitaalverschaffers naar op zoek zijn, maar ook waarmee intern beter onderbouwde strategische beslissingen kunnen worden genomen.’

Wilt u meteen een beeld van Total Impact Measurement and Management en hoe het werkt? Bekijk deze video.

Aan de hand van TIMM gaan bedrijven op zoek naar hoe zij optimaal kunnen bijdragen good growth, oftewel duurzame groei van het geheel. Midgley: ‘Groei is voor ons allemaal nog steeds erg belangrijk, want het zit in ons als mens. Wat maakt ons mooier, groter, beter? Het is goed om daar naar te streven. Maar we moeten groei anders gaan definiëren. Wellicht gaat good growth wat minder snel, maar ik geloof niet in grenzen. We hebben de afgelopen jaren wel gezien dat je met innovatie steeds verder kunt komen.’

Pilot met één product of dienst

De innovatie van TIMM zit in de manier waarop het informatie in onderlinge samenhang brengt, waardoor organisaties een goed inzicht krijgen van de opbrengsten en de gevolgen van hun handelen in hun gehele waardeketen. Steeds meer stakeholders tonen daar interesse in. Midgley adviseert ondernemingen daarom zo snel mogelijk te beginnen met het meten van hun totale impact, al is het alleen voor intern gebruik en in de vorm van een pilot met één van hun producten of diensten:

‘Bepaal eerst de scope. Wil je meteen de hele organisatie meenemen of ga je eerst voor één product of business unit? Mijn advies is meestal om niet te moeilijk te beginnen. Op welke materiele gebieden heb je volgens je stakeholders impact met een bepaald product? Wat is in de productieketen belangrijk om over te rapporteren? Vervolgens zoek je de juiste indicatoren om die impact te meten, die kunnen standaard zijn of specifiek toegespitst op de organisatie of situatie. De resultaten kunnen in verschillende modellen bij elkaar worden gebracht om onderlinge verbanden te berekenen en ‘als-dan’-scenario’s uit te werken.’

PwC heeft een aantal van die modellen zelf ontwikkeld, zoals de Efficient Supply Chain Emissions Reporting (ESCHER)-tool, die naast emissies bijvoorbeeld ook land- en waterverbruik berekent, en de Sustainable Business Modeling (SBM)-tool (zie links aan de rechterkant van deze tekst voor meer uitleg). Daarnaast bestaan er wereldwijd ook nog een flink aantal andere modellen.

De ‘Puma-case’

Het bekendste voorbeeld van total impact measurement and management waar PwC aan heeft meegewerkt, wordt gegeven door kledingfabrikant Puma. Puma heeft voor de hele organisatie en een aantal specifieke producten een zogenoemde ecologische winst- en verliesrekening laten opstellen. Zo is de daadwerkelijke impact van de productie van een Puma-schoen onderzocht en gemonetariseerd, en vervolgens daarover gerapporteerd. Wat zijn bijvoorbeeld de sociale kosten en maatschappelijke effecten van het waterverbruik tijdens het productieproces? Puma gebruikt deze uitkomsten om haar bedrijfsprocessen daar op aan te passen.

In een interview in de Volkskrant (vrijdag 8 november 2013) vertelt director Jochen Zeitz van modebedrijf Kering, het moederbedrijf van Puma, er het volgende over: ‘We hebben de effecten in de hele aanvoerketen doorgerekend. Broeikasgassen, waterverbruik, landgebruik, afval, vervuiling. Het grootste deel van de schade, 57 procent, blijkt te zitten in de keuze van ruwe materialen, zoals leer en katoen, onder meer door het hoge waterverbruik. Dat opende ons de ogen. Dit is een getal waarmee je je doelen helder kunt kwantificeren en communiceren. Wij willen de milieuschade halveren – dus dan moet dat getal worden gehalveerd.’

Wel of niet rapporteren?

‘Puma is één van de weinige organisaties die deze werkwijze openbaar heeft gemaakt’, vertelt Midgley. ‘Een groeiend aantal organisaties is hier ook mee bezig, maar houden het liever voor zichzelf, omdat ze bang zijn dat hun concurrenten meekijken. Dat is heel begrijpelijk, maar tegelijkertijd ook een beetje kortzichtig. Want als je deze informatie en de daar op gebaseerde strategie gebruikt om in gesprek te gaan met je stakeholders, levert dat een direct concurrentievoordeel op.’

Midgley denkt niet dat alle organisaties er op dit moment al aan toe zijn. ‘Bedrijven die al vooruitstrevend zijn op het gebied van duurzaamheid kunnen hun beleid nog verder versterken met behulp van TIMM. Het kan hen bijvoorbeeld helpen bij het vinden van nieuwe verdienmodellen. Maar als de impact van een organisatie vooral negatief is, is het moeilijk die organisatie te bewegen om daar iets aan te gaan doen en daar openbaar over te rapporteren. Toch zal de roep om impact measurement luider worden, daar ben ik van overtuigd. Ga er dus mee aan de slag, desnoods zonder er meteen over te publiceren. Dan anticipeer je in ieder geval op het moment dat je bedrijfs- of verdienmodel niet langer wordt geaccepteerd.’

Meer weten over Total Impact Measurement and Management? Neem contact op met Linda Midgley.

Publicaties