‘Maak van jaarrekening geen eenheidsworst’

Ondanks internationale verslaggevingsregels die ervoor moeten zorgen dat beleggers bedrijven in verschillende landen kunnen vergelijken, is dat vaak nog lastig. Maar dat is helemaal niet erg, vindt Arjan Brouwer, PwC-partner en hoogleraar externe verslaggeving aan de Vrije Universiteit. ‘Omarm de verschillen en smeer ze niet weg onder een laag gedetailleerde regelgeving.’

Brouwer deed die uitspraak vorige week tijdens zijn inaugurele rede. In het Financieele Dagblad geeft Brouwer vandaag een toelichting op zijn rede. De introductie van IFRS, zoals de regels heten, heeft volgens hem zeker tot grote verbeteringen geleid. ‘De jaarverslagen van bedrijven zijn wel degelijk beter vergelijkbaar geworden. Ook is de kwaliteit van de cijfers verbeterd. Maar het is een illusie te denken dat de cijfers daarmee honderd procent vergelijkbaar worden.’

Culturele verschillen

Dat er nog steeds verschillen zijn heeft diverse redenen, licht Brouwer in het FD verder toe. IFRS hanteert begrippen als probable, significant, en likely, termen waar het management invulling aan moet geven. Daarbij laten culturele verschillen zich gelden. In het ene land vindt men iets probable bij zestig procent, in het andere pas bij tachtig procent.

Compensabele verliezen

Verder speelt taal een grote rol. Brouwer geeft het voorbeeld van Spyker, de Nederlandse fabrikant van luxeauto’s. Spyker activeerde zijn compensabele verliezen. Dat mag alleen als er in de nabije toekomst weer winst wordt gemaakt. Bij de Ondernemingskamer moest Spyker aantonen dat dat het geval was. De IFRS-standaard schreef voor dat er convincing evidence moest zijn. Vertaal dat als ‘overtuigend bewijs’ en het wordt moeilijk. Vertaal het als ‘aanduiding’ of ‘aanwijzing’ en het is een stuk makkelijker. Dat laatste geschiedde en Spyker mocht de compensabele verliezen op zijn balans laten staan.

Alternatieve winstbegrippen

Bedrijven mogen ook vrijwillig extra informatie verschaffen, en daar stelt IFRS nauwelijks regels voor. Zo kan het gebeuren dat zij naast de door IFRS voorgeschreven nettowinst nog andere winstbegrippen publiceren, waarin bijvoorbeeld bijzondere gebeurtenissen wel of niet meegenomen worden. Deze alternatieve winstbegrippen scheppen ruimte voor manipulatie.

Manipulatie of zinvolle informatie

Maar, zegt Brouwer, alternatieve winstbegrippen zorgen vaak ook voor meer duiding van de nettowinst en een completer beeld van de prestaties van de onderneming. De afwijkingen en verschillen vormen juist een voedingsbodem voor een discussie tussen het management en beleggers. ‘Wat je niet moet proberen is met behulp van gedetailleerde regels bedrijven die verschillend zijn hetzelfde te laten lijken.’

Niet-financiële informatie

Dat geldt ook voor de niet-financiële informatie die bedrijven de afgelopen jaren steeds meer verstrekken. Informatie over duurzaamheid, strategie, risico’s, en de manier waarop die risico’s worden gemitigeerd. Ook daar zijn gedetailleerde regels niet behulpzaam. De uitstoot van CO₂ is bij een energiebedrijf interessanter dan bij een accountantskantoor.

Verlies van informatie

Net als bij de verschillende winstbegrippen strijden ook bij het verstrekken van niet-financiële informatie opportunisme en intrinsieke motivatie om de voorrang, zegt Brouwers. Een poging om met regels de rapportage in te perken, beneemt alleen maar het zicht op de veelkleurige werkelijkheid. Standaardisatie moet niet leiden tot verlies van informatie. Het beste is om een aantal principes af te spreken. Bijvoorbeeld dat de informatie die het management intern hanteert ook extern wordt gerapporteerd. ‘Ondernemingen moeten in samenspraak met hun stakeholders bepalen wat relevant is en binnen de kaders van een aantal principes komen tot relevante informatie.’

Publicaties