Nieuwe vermogensbelasting per 2018 voor Frans onroerend goed

Spaargeld, aandelen, levensverzekeringen, meubels, auto’s, boten, etc. – zogeheten roerende zaken – vallen vanaf 1 januari 2018 niet meer onder de Franse vermogensbelasting.  De Franse regering beoogt om per 1 januari 2018 de huidige Franse vermogensbelasting: Impôt de Solidarité sur la Fortune, te vervangen door een nieuwe vermogensbelasting: Impôt sur la Fortune Immobilière. In tegenstelling tot de huidige vermogensbelasting, zal de nieuwe vermogensbelasting uitsluitend als heffingsgrondslag krijgen de netto waarde van onroerende zaken gelegen in Frankrijk of aandelen in een Franse onroerendgoedvennootschap.

De huidige Franse vermogensbelasting is een belasting waarbij de rijkste Franse huishoudens aan de Franse schatkist een heffing over hun vermogen moeten afdragen waarvan het tarief oploopt van o% (over vermogens tot 800.000 euro) tot 1,5% (over vermogens boven 10 miljoen euro). De Franse president Emmanuel Macron wil af van de belasting, omdat er volgens hem hierdoor jaarlijks honderden gefortuneerden naar het buitenland zouden vertrekken om zo de heffing te vermijden. De huidige vermogensbelasting moet volgend jaar zijn vervangen door een belasting op onroerend goed. Deze zou moeten gelden voor iedereen met een nettobezit van meer dan 1.3 miljoen euro aan gebouwen en andere onroerende zaken. Het tarief van de nieuwe vermogensbelasting loopt op van 0,5% tot 1,5%. Naar verwachting zullen 40% minder huishoudens geraakt gaan worden ten opzichte van de huidige vermogensbelasting.

Wat betekent dit voor u?

Wat de heffingsgrondslag van het onroerende goed betreft, zal de nieuwe Franse vermogensbelasting feitelijk weinig verandering brengen voor inwoners van Nederland met een tweede huis in Frankrijk. Het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk bepaalt nu ook al dat de heffing over onroerende zaken wordt toegewezen aan de situsstaat (Frankrijk), en dat de heffing over roerende zaken wordt toegewezen aan de woonstaat (Nederland; zie artikel 23 van het verdrag). Frankrijk heft onder de huidige vermogensbelasting, in het geval van een in Nederland woonachtige belastingplichtige, ook al slechts over de netto waarde van het tweede huis in Frankrijk en niet over meubels en andere Franse roerende zaken.

Het venijn voor de Nederlandse tweede huizenbezitter zit hem in de aftrekbaarheid van leningen die verband houden met de aanschaf van een Franse onroerende zaak. Op basis van de nieuwe wetgeving wordt de aftrekbaarheid van deze leningen van de waarde van de onroerende zaak sterk beperkt.

Bedraagt de marktwaarde van uw Franse onroerende zaak (dan wel zaken) meer dan 5 miljoen euro en belopen de leningen die met de aankoop hiervan verband houden meer dan 60 procent van die waarde? In dat geval is alles boven de limiet van 60 procent van de netto marktwaarde nog maar voor 50 procent aftrekbaar. Het volgende voorbeeld kan hierbij verhelderend werken:

U heeft een huis in Frankrijk voor 8 miljoen euro gekocht. De huidige marktwaarde van het huis is 10 miljoen euro. Voor de aanschaf van het huis bent u een lening aangegaan van 7 miljoen euro. Deze lening overschrijdt de limiet van 60 procent van de netto marktwaarde van het huis (welke 6 miljoen euro bedraagt). Volgens de nieuwe regelgeving die 1 januari 2018 van kracht wordt, is de 1 miljoen euro waarmee de lening de limiet overschrijdt nog maar voor 50 procent aftrekbaar. Dit betekent dat u vanaf dat moment in plaats van 7 miljoen euro nog maar 6,5 miljoen euro mag aftrekken als schuld.

Ook de aftrekbaarheid van de zogenoemde ‘in fine leningen’ zal onder de nieuwe vermogensbelasting worden beperkt. Dit zijn leningen die zijn aangegaan om een Franse woning aan te schaffen, waarbij contractueel is bepaald dat er geen tussentijdse aflossing wordt verlangd. Een dergelijke lening wordt vaak gebruikt, om het bedrag van de lening dat van de waarde van de onroerende zaak kan worden afgetrokken, zo groot mogelijk te houden. De Franse wetgever accepteert deze vorm van belastingoptimalisatie echter niet meer. In fine leningen kunnen vanaf 1 januari 2018 alleen nog forfaitair worden afgetrokken en niet meer volledig. De aftrekbaarheid van deze leningen loopt in de toekomst altijd terug naar nul. Het feit dat er tussentijds geen aflossing plaatsvindt, wordt genegeerd.

Leningen die zijn aangegaan bij een vennootschap die de belastingbetaler of zijn familie direct of indirect controleert, zijn vanaf 1 januari 2018 zelfs helemaal niet meer aftrekbaar. Dit geldt voor financieringen die zijn aangegaan bij de eigen vennootschap, maar ook bij vennootschappen waar de belastingbetaler of de naaste familie, zoals echtgeno(o)t(e),kinderen, broers en zussen, de meerderheid van het stemrecht in hebben.

Contact

Wilt u weten wat de nieuwe Franse vermogensbelasting precies voor gevolgen heeft voor uw situatie? Neem dan contact op met uw PwC adviseur of met Renate de Lange +31 (0)88 792 3958 of met Jan Nieuwenhuizen +31 (0)88 792 1438.

Publicaties