Winstgevende doelactiviteiten vormen mogelijk bedreiging voor ANBI-status

Een algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI) moet het algemeen belang dienen. Om te bepalen of iets een algemeen of een particulier belang is, is volgens de Hoge Raad onder meer relevant of sprake is van een commercieel tarief. Hierbij is niet de ervaring van de afnemer, maar het (feitelijk) winststreven doorslaggevend. Vervolgens lijkt de Hoge Raad aan te geven dat een eventuele commerciële tariefstelling van doelactiviteiten aan de ANBI-status in de weg kan staan. Op 25 november 2016 heeft de Hoge Raad dat bepaald in een viertal voor ANBI’s zeer relevante arresten.

Wat betekent dit voor uw organisatie?

Uit de arresten valt af te leiden dat activiteiten die uw organisatie verricht tegen een meer dan kostendekkend (commercieel) tarief, in beginsel een particulier belang en geen algemeen belang dienen. Ook als deze activiteiten deel uitmaken van een algemeen nuttige doelstelling. Op dit moment is onduidelijk welke uitleg aan deze vuistregel moet worden gegeven. Een mogelijke lezing is dat winstgevende doelactiviteiten die meer dan 10% uitmaken van de totale activiteiten, kunnen leiden tot verlies van de ANBI-status van uw instelling. Wij adviseren u inzichtelijk te maken of dit mogelijk op uw situatie van toepassing is. Onder doelactiviteiten zijn in dit kader te verstaan: de activiteiten die onlosmakelijk zijn verbonden met het algemeen nuttige doel van uw organisatie. Hiertegenover staan commerciële activiteiten die uitsluitend fungeren als middel om opbrengsten te genereren waarmee de algemeen nut doelstelling is gediend.

Als gevolg van de arresten verwachten wij dat het voor ANBI’s nog belangrijker wordt in hun statuten en administratie een duidelijk onderscheid te maken tussen algemeen nuttige (doel) activiteiten en commerciële (middel) activiteiten. U dient er rekening mee te houden dat hierover vaker discussies met de Belastingdienst kunnen ontstaan. Tot nu toe is onze ervaring in de praktijk dat deze discussies zich vooral afspelen bij organisaties die actief fondsen werven onder het publiek.

Toelichting arresten

Scientology Kerk Amsterdam
In deze zaak onderzocht het Hof of de Scientology Kerk Amsterdam met haar activiteiten het algemeen belang in voldoende mate dient. In het jaar van het geschil lag deze grens op ten minste 50% (de huidige grens bedraagt 90%).  Het Hof komt tot de conclusie dat de tarieven die de kerk hanteert voor auditing en training activiteiten commercieel zijn, omdat er wordt gestreefd naar het behalen van exploitatieoverschotten en deze ook daadwerkelijk worden behaald.

De Hoge Raad onderschrijft de uitspraak van het Hof en merkt op dat het streven naar exploitatieoverschotten leidt tot het hanteren van commerciële tarieven. Aangezien feitelijk vaststaat dat de auditing en training meer dan 50% van de activiteiten uitmaken, werd het algemeen belang niet minstens in gelijke mate gediend als het particulier belang. Daarmee kwalificeert de Scientology Kerk Amsterdam volgens de Hoge Raad niet als een ANBI.

Katholiek nieuwsblad
De situatie van het katholiek nieuwsblad speelt zich af onder de huidige ANBI-wetgeving waarbij als criterium geldt dat een instelling ten minste 90% het algemeen nut moet beogen. Volgens het Hof geeft de stichting een katholiek weekblad uit tegen een min of meer commercieel tarief, ondanks dat het structureel verlieslatend is. Hierdoor houdt de stichting zich niet rechtstreeks en primair bezig met het verkondigen van de blijde boodschap van Jezus Christus en beoogt zij niet nagenoeg uitsluitend of uitsluitend het algemeen nut. Het Hof komt tot dit oordeel door te stellen dat de abonnementsprijs die de stichting hanteert objectief beschouwd door de abonnees wordt ervaren als een in het economisch verkeer min of meer normale, gebruikelijke prijs voor het blad.

De Hoge Raad gaat in tegen het oordeel van het Hof en geeft aan dat niet beslissend is hoe abonnees de tarieven ervaren, maar of de tariefstelling is gericht op het behalen van exploitatieoverschotten. De Hoge Raad lijkt hierbij dezelfde redenering te volgen als in het arrest van de Scientology Kerk Amsterdam. Nu het uitgeven van het katholiek weekblad structureel verlieslatend is, kan er geen andere conclusie worden getrokken dan dat de stichting geen winstoogmerk heeft en dus geen sprake is van een commercieel tarief. De Hoge Raad verwijst de zaak om vast te stellen of de feitelijke werkzaamheden overeenkomen met het statutair aanwezig geachte algemeen nut.

Steunstichting katholiek weekblad
Vanwege het feit dat de uitgifte van het katholiek nieuwsblad structureel verliesgevend is, heeft zij een zogenoemde steunstichting in het leven geroepen. Deze steunstichting ontvangt giften, legaten en subsidies met als doel de uitgever van het katholieke weekblad financieel te ondersteunen (en de exploitatietekorten op te vangen).

Het Hof oordeelde dat deze steunstichting niet als ANBI kwalificeerde nu zij niet ondersteunend was aan een andere ANBI. Omdat de Hoge Raad de beoordeling van de stichting die het katholiek weekblad uitgeeft, heeft teruggestuurd naar de feitenrechter, kan ook deze uitspraak niet in stand blijven. Als de feitenrechter beslist dat het uitgeven van het katholieke weekblad leidt tot de ANBI-status, dan herleeft ook voor de steunstichting de ANBI-status.

Transcendente Meditatie
Een stichting propageert transmissie-meditatie om op deze wijze invloed uit te oefenen op het collectieve bewustzijn van de Nederlandse bevolking. In 2012 trok de inspecteur de ANBI-status van de stichting in. Het Hof is van mening dat de verrichte activiteiten primair de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemers dienen en daarmee het particuliere belang. Ook zijn de aangevoerde positieve effecten op de maatschappij volgens het Hof niet aannemelijk gemaakt.

De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het Hof, wegens gebrek aan motivering. Tevens wijst de Hoge Raad erop dat voor het beogen van het algemeen nut niet vereist is dat gunstige maatschappelijke effecten van de activiteiten van de stichting aannemelijk worden gemaakt.

Visie PwC

Het is positief dat de Hoge Raad in de zaak van het katholiek nieuwsblad korte metten maakt met de – onder sommige lagere rechters en inspecteurs levende – gedachte dat voor het vaststellen van een commercieel tarief beslissend is hoe het tarief wordt ervaren door de afnemer. De Hoge Raad sluit voor deze beoordeling naar onze mening terecht aan bij de economische positie van de instelling door centraal te stellen of de tariefstelling gericht is op het behalen van exploitatieoverschotten. Dit komt overeen met de maatstaf die sinds 2012 in de wet is opgenomen. Overigens valt hierbij een parellel te maken met het geobjectiveerde winstoogmerk dat een rol speelt bij de beoordeling van de eventuele vennootschapsbelastingplicht van stichtingen en verenigingen.

Ondanks het hanteren van de juiste wettelijke maatstaf, vragen wij ons af of het hanteren van een commercieel tarief voor een gedeelte van de doelactiviteiten de ANBI-status in weg zou moeten staan. Om vast te stellen of een ANBI het algemeen nut voor ten minste 90% dient, zijn sinds 2012 de bestedingen (en niet de inkomsten) doorslaggevend. Daarnaast geeft de wet sindsdien duidelijk aan dat activiteiten alleen dan geen algemeen nuttige activiteiten zijn, als het geheel van de activiteiten tegen commerciële tarieven plaatsvindt. De Hoge Raad is op beide belangrijke aspecten helaas niet ingegaan, hetgeen wij betreuren. Daarmee blijft onder meer onduidelijk of voor situaties die zich afspelen vóór 2012 een andere beoordelingsmaatstaf moet plaatsvinden dan in de huidige situatie.

Voorlopig lijkt in ieder geval geen einde te zijn gekomen aan de discussie over de commerciële activiteiten van ANBI’s. Wordt dus hoogstwaarschijnlijk vervolgd.

Contact

Wilt u meer informatie over de gevolgen van het arrest voor uw instelling, neem dan contact op met uw PwC adviseur of met Peter Kooy 088 792 14 86 of met Maiko van Bakel 088 792 17 91.

Bron: Hoge Raad 25 november 2016, nrs. 15/05483, 15/03778, 15/03777, 15/04990.

Publicaties