HvJ: Leerbedrijf onderwijsinstelling onder voorwaarden vrijgesteld van btw

Volgens het Europese Hof is het mogelijk de btw-vrijstelling voor onderwijs en daarmee nauw samenhangende diensten toe te passen op de verkoop van producten en diensten die leerbedrijven van onderwijsinstellingen genereren. Deze uitspraak kan gevolgen hebben voor de btw-behandeling van leveringen en diensten door leerbedrijven van onderwijsinstellingen en de bijbehorende aftrek van voorbelasting.

Casus
In deze zaak gaat het om een Engelse onderwijsinstelling met leerbedrijven in de vorm van een restaurant en een theater.

De onderwijsinstelling verzorgt (een deel van) de praktijklessen van verschillende opleidingen in het restaurant en het theater. Studenten betalen voor dit praktijkonderwijs geen extra bijdrage. Het praktijkonderwijs is onderdeel van het normale curriculum waarvoor de studenten collegegeld betalen. Geïnteresseerden kunnen tegen betaling in het restaurant komen eten of een voorstelling bijwonen in het theater (in ieder geval in bepaalde gevallen tegen een prijs onder de kostprijs). De school adverteert niet actief met de activiteiten van het leerbedrijf. De geïnteresseerden worden geïnformeerd via een e-maillijst die de school in de loop der tijd aangelegd heeft.

Reikwijdte onderwijsvrijstelling
Het Europese Hof oordeelt dat de btw-onderwijsvrijstelling van toepassing is op de diensten van de leerbedrijven omdat sprake is van nauw met het onderwijs samenhangende diensten. Hij komt tot dit oordeel omdat de diensten samen worden verricht met het onderwijs dat de betrokken instelling geeft en geen doel op zich vormen. Het Europese Hof toetst hierbij aan de volgende drie voorwaarden:

  1. De dienst moet worden verricht door een onderwijsinstelling die in aanmerking komt voor de btw-onderwijsvrijstelling;
  2. De dienst moet onmisbaar zijn voor het vrijgestelde onderwijs, dat wil zeggen dat het onderwijs niet gelijkwaardig is zonder deze dienst; en
  3. De dienst mag er niet in hoofdzaak op zijn gericht om aanvullende inkomsten te verkrijgen voor de instelling.

Nu aan deze voorwaarden is voldaan, is de btw-onderwijsvrijstelling van toepassing op de dienstverlening vanuit de leerbedrijven. De btw op de voor de leerbedrijven gemaakte kosten is daarom ook niet aftrekbaar.

Het Europese Hof weegt een aantal feiten en omstandigheden in zijn oordeel mee:

  • De praktijkervaring (het werken in leerbedrijven) is integraal onderdeel van de studie;
  • Alle restaurant- en theaterdiensten worden geheel aangeboden, georganiseerd en uitgevoerd door de studenten;
  • De leerbedrijven richten zich op een apart publiek: ouders, (mede)studenten en een beperkte groep derden die zich op en e-maillijst hebben ingeschreven;
  • De leeractiviteit is alleen toegankelijk bij reservering en op voorwaarde dat de inschrijving vol is; en
  • Het vaste tarief van het leerbedrijf bedraagt (in ieder geval in bepaalde gevallen) slechts 80% van de kostprijs.

Wat betekent dit voor u?
Wij adviseren om de huidige btw-positie en handelwijze van de leerbedrijven binnen uw instelling in kaart te brengen om vast te stellen wat het effect is van deze uitspraak van het Europese Hof. Daarvoor moet de door het Europese Hof aangelegde toets uitgevoerd worden. Wij zijn benieuwd of in de praktijk altijd tot dezelfde conclusie als in deze zaak zal worden gekomen.

Bij toetsing of de btw-vrijstelling voor uw instelling van toepassing is, is het relevant een vergelijking te maken met de feiten en omstandigheden uit de hiervoor aangehaalde procedure. Afhankelijk van de uitkomst kan het raadzaam danwel noodzakelijk zijn de huidige afspraken met de Belastingdienst over de btw-positie van de leerbedrijven te herijken.

Dat het in deze zaak specifiek gaat om restaurantdiensten en theaterdiensten, betekent overigens niet dat deze uitspraak enkel op deze bedrijfstakken van toepassing is. De uitspraak kan ook invloed hebben op de fiscale positie van alle leerbedrijven en onderwijsinstellingen.

Wij denken graag met u mee over de btw-gevolgen van deze uitspraak voor uw instelling. U kunt hiervoor contact opnemen met uw PwC-contactpersoon.
Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie, 4 mei 2017, zaak C-699/15 (Brockenhurst College)

Publicaties