HvJ EU: Nultarief intracommunautaire levering kan niet worden geweigerd bij uitsluitend formele gebreken

Dat bevestigde het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) op 9 februari 2017 nogmaals. Wil de ondernemer het 0%-tarief kunnen toepassen op de intracommunautaire levering dan dient hij aan te kunnen tonen dat aan de materiële voorwaarden is voldaan en dient te komen vast te staan dat hij niet betrokken is bij fraude.

Het HvJ EU volgt daarmee zijn – in vergelijkbare procedures – uitgezette lijn. Een formeel gebrek kan in een dergelijk geval niet leiden tot verlies van het 0%-tarief.

Wat betekent dit voor u?
Voor de praktijk, waar u als verkoper graag op tijd uw factuur wilt uitreiken met het juiste btw-tarief is deze uitspraak een extra verduidelijking. Uiteraard dienen de materiële voorwaarden voor het intracommunautaire 0%-tarief strak te worden toegepast. Het gaat hier over het vastleggen dat de eigendomsoverdracht aan de afnemer op de goede manier is gegaan, dat het goed naar een andere lidstaat is verzonden of vervoerd en dit goed het grondgebied van de lidstaat van levering fysiek heeft verlaten. Qua bewijs moet alles met objectieve gegevens kunnen worden aangetoond. Tot slot moet u alles doen wat redelijkerwijs van u kan worden verlangd om te zorgen dat u niet bij btw-fraude betrokken raakt

Casus
In deze procedure ging het om het Portugese filiaal van Euro Tyre bv. De Portugese belastingdienst weigerde aan dit filiaal de toepassing van het 0%-tarief voor leveringen in de periode 2010-2012 van Portugal naar Spanje. De afnemer van deze leveringen was een Spaanse groepsmaatschappij van Euro Tyre bv belast met de distributie in Spanje.

Op het tijdstip van de verkopen was deze afnemer wel als binnenlands btw-plichtige in Spanje ingeschreven, maar nog niet aldaar geregistreerd als handelaar voor intracommunautaire verrichtingen. Zij was ook nog niet opgenomen in het Europese VIES-systeem. Pas in 2013 heeft de Spaanse belastingdienst deze Spaanse onderneming de status van toegekend en haar met terugwerkende kracht per 1 juli 2012 in het VIES-systeem geregistreerd.

Het Hof van Justitie EU herhaalt dat het in dit soort situaties van belang is dat er geen aanwijzingen zijn dat de ondernemer betrokken is bij btw-fraude en dat hij voldoende zorgvuldig handelt om te voorkomen dat hij bij btw-fraude betrokken raakt.

Het HvJ EU wijst er nog op dat een formele vereiste niet verder mag gaan dan strikt noodzakelijk is. De toepassing van het 0%-tarief mag daarom zelfs niet worden geweigerd wanneer de verkoper op de hoogte is dat zijn afnemer nog niet aan de formele eis – intracommunautair handelaar en VIES-registratie – voldoet, maar wel naar verwachting met terugwerkende kracht als zodanig zal worden geregistreerd.

Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie, 9 februari 2017, C-21/16

Publicaties