Europese Hof geeft criteria om te bepalen of een verbouwing tot een nieuw vervaardigd gebouw leidt

werknemersaandeel

Het Hof van Justitie EU (HvJ EU) heeft vandaag in de Poolse zaak Kozuba onder meer beslist over de vraag of btw was verschuldigd over de levering van een verbouwd oud woongebouw. De btw-richtlijn biedt lidstaten onder voorwaarden de mogelijkheid daartoe. Polen heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en daar voorwaarden aan verbonden. Over de toelaatbaarheid van deze voorwaarden heeft het HvJ EU vandaag beslist. Een van de Poolse voorwaarden is dat sprake moet zijn van een kwalificerende verbouwing. Het HvJ EU geeft in dit arrest met name inzicht in het begrip ‘verbouwing’. 

Achtergrond
In deze casus wordt een pand na inbrenging in Kozuba gerenoveerd. Deze renovatiekosten bedragen zo’n 55% van de beginwaarde van het pand. In juli 2007 is het verbeterde gebouw als zelfstandig vast activum op de inventarislijst van Kozuba opgenomen. In januari 2009 wordt het gebouw inclusief grond verkocht en uitgeboekt. Kozuba neemt de inkomsten niet op in de btw-aangifte over het eerste kwartaal 2009 omdat het volgens haar om een gebruikt goed gaat. De Poolse belastingdienst is echter van mening dat er in juli 2007 geen sprake is van een ‘eerste ingebruikneming’, omdat de ingebruikstelling zich niet voordoet in het kader van belastbare handelingen. In de daarop volgende procedure wordt aan het HvJ EU de vraag voorgelegd of de verkoop na verbetering van het pand leidt tot een ‘eerste ingebruikname’ voor de heffing van btw.

Oordeel HvJ EU
Volgens het HvJ EU moet het begrip ‘verbetering’ zoals opgenomen in de Poolse btw-wet gelijk gesteld worden met het begrip ‘verbouwing’ in de btw-richtlijn. Volgens het HvJ EU omvat dit begrip met name het geval waarin voltooide of voldoende gevorderde werkzaamheden hebben plaatsgevonden waarna het betrokken gebouw voor andere doeleinden zal worden gebruikt. Het HvJ EU overweegt daarbij dat het gebouw op zijn minst veranderingen van betekenis moet hebben ondergaan, die zijn bedoeld om het gebruik ervan te wijzigen of om de omstandigheden waaronder het wordt betrokken, ingrijpend aan te passen. Het is aan de nationale rechter om op basis van de bewijsstukken te beoordelen of de onderhavige ‘verbetering’ heeft geleid tot een verandering van betekenis aan het gebouw, aldus het HvJ EU.

Commentaar
In Nederland kennen wij deze problematiek ook. Normaliter is de levering van een gebouw dat ouder is dan twee jaar na ingebruikname vrijgesteld van btw-heffing. De Hoge Raad heeft in een vergelijkbare situatie beslist dat de levering van een oud verbouwd gebouw belast is met btw indien als gevolg van de verbouwing  in wezen sprake is van nieuwbouw. Het lijkt erop dat het HvJ EU meer waarde hecht aan de wijziging van gebruiksmogelijkheden of ingrijpende aanpassingen dan aan wijzigingen aan het uiterlijk van het gebouw.

 

Publicaties